Nieuwe injectoren geïnstalleerd, maar de motor liep nog steeds onregelmatig – Werkplaats spoorde de storing op buiten de injector set
De klacht is niet verdwenen
Een dieselwagen kreeg een motor met een onstabiele lege werking, merkbare trillingen en een ongelijke verbranding.Dus de klant verwachtte dat de motor onmiddellijk weer normaal zou worden..
Dat is niet zo.
Omdat de injectoren nieuw waren, was de eerste reactie om de vervangende set in twijfel te trekken.
De belangrijkste vraag werd:Als de injectoren al zijn vervangen, wat kan dan nog meer dezelfde ruwe toestand veroorzaken?
De basisbeginselen opnieuw onderzoeken
De technici bevestigden eerst dat de injectoren correct waren geïnstalleerd.
De elektrische aansluitingen werden gecontroleerd op onvolledige aansluiting, beschadigde vergrendelingsfuncties of slecht contact.
Wanneer het motorbeheersysteem een kalibratie of codering van de injector vereiste, werden deze instellingen als onderdeel van de installatiecontrole herzien.
Er werd niets aangenomen omdat de injectoren nieuw waren.
De diagnose gaat verder dan de injectoren
Vervolgens werd de aandacht gevestigd op de systemen die het gebruik van de injector ondersteunen.
De werkelijke spoordruk werd vergeleken met de druk die door de bedieningsunit werd gevraagd en het laagdrukbrandstofcircuit werd gecontroleerd op beperking en luchtinvoer.
In de workshop werd ook de inlaatzijde, de bedrading en het gedrag van de cilinder beoordeeld.
Dit was belangrijk omdat verschillende storingen symptomen kunnen veroorzaken die bestuurders bijna op dezelfde manier beschrijven:
- onevenwichtig ijdel;
- motortrillingen;
- langzame gasreactie;
- onbalans van de cilinder;
- Moeilijk te beginnen.
Een nieuwe injector kan een fout die elders ontstaat niet corrigeren.
Het symptoom volgen in plaats van het deel
Het diagnostische proces toonde uiteindelijk aan dat de aanhoudende ruwe toestand niet werd veroorzaakt door de nieuw geïnstalleerde injectorset.
Een gerelateerd systeemprobleem beïnvloedde de verbrandingskwaliteit.
Zodra die toestand was gecorrigeerd, stabiliseerde het motorgedrag zonder de injectoren een tweede keer te moeten vervangen.
Waarom deze zaak van belang is
Een veel voorkomende fout bij dieselreparatie is te veronderstellen dat een symptoom dat na de vervanging van een onderdeel blijft, bewijst dat het nieuwe onderdeel defect is.
In werkelijkheid kan het tegenovergestelde ook waar zijn.
Indien na een geverifieerde vervanging dezelfde fout blijft bestaan, dient de werkplaats de oorspronkelijke diagnose te heroverwegen en de testgrens uit te breiden.
Conclusie van de zaak
Deze zaak toont het belang vandiagnose op systeemniveau na vervanging van de dieselinjector.
Nieuwe injectoren moeten nog steeds worden gecontroleerd op de juiste installatie en controle, maar ze mogen niet automatisch de volgende verdachte worden wanneer hetzelfde symptoom blijft bestaan.
Een gestructureerde herziening van de spoordruk, de brandstoftoevoer, de elektrische bediening, de luchtinlaat, het afdichten en de toestand van de cilinder kan onnodige herhaalde vervanging voorkomen.